“Van PUPO naar Game Over: secundaire kinderloosheid”.

“Weet u mevrouw, de mensen bij wie het al eens gelukt is, die zijn het moeilijkst. Die weten dat het kan en kunnen vaak maar niet accepteren dat het niet nog eens lukt.” Het gesprek met de fertiliteitsarts gaat blijkbaar over ons, wij zijn die “moeilijke mensen” waar hij het over heeft, maar de woorden gaan langs me heen.

Iets meer dan een jaar raasde in sneltreinvaart over ons heen. 3 complete ivf-behandelingen met 3 embryo- en 6 cryo-terugplaatsingen later staan we nog steeds met een hart dat overstroomt van liefde maar een lege buik. Een buik zonder aanstaande broertje of zusje voor onze liefste dochter – het magische kado dat we na drie jaar knokken in onze armen mochten sluiten en die inmiddels bijna twee jaar is.

Knokken

Knokken, dat is bekend terrein geworden, dat kunnen we. Al vijf jaar knokken we samen voor ons gezin. Ook al ben ik op dat moment fysiek compleet uitgeblust van zoveel hormonen en behandelingen in zo’n korte tijd. Alsof we in een computerspel zitten, maar het spel niet durven pauzeren. We hebben nog slechts 1 “leven” te gaan, of eigenlijk twee: twee cryo’s die we in 1 keer willen laten terugplaatsen. Het spel voelt al een hele tijd niet meer van ons en dus vragen we een gesprek aan met de hoofdarts. We doen elke behandeling opnieuw hetzelfde en dat voelt al een tijd niet goed meer. We voelen ons een nummer dat een standaard protocol dient te ondergaan. Of we iets anders kunnen proberen, willen we weten. En daar zitten we dus. In bijgebouwtje van het ziekenhuis waar we inmiddels al jaren kind aan huis zijn. Het gebouwtje dat we meer zat zijn, maar waar onze dochter is ontstaan en wat ons dus meer dan wat dan ook hoop en houvast geeft. Ik wil hier niet weg. De rest van ons gezin ligt hier in de vriezer, zo voelt het. En het is een keer gelukt, dus de overtuiging dat het nog eens kan lukken is zo sterk. Maar de arts gaat niet mee in onze wens voor een ander plan en houdt zich vast aan het behandelplan dat “wetenschappelijk is bewezen” en in ons geval “statistisch de meeste kans op een zwangerschap” oplevert, ook al is die statistische kans inmiddels naar nog maar 10% is gedaald. En dus maken we ons enigszins onzeker op voor onze allerlaatste terugplaatsing.

Als een tweede kindje je niet gegeven is.

De maand erop is het zover. We houden elkaars hand vast en zoals bij elke terugplaatsing kijken we elkaar hoopvol aan en wensen we vurig dat we de trosjes cellen die we op het scherm zien, ooit in onze armen mogen sluiten. Twee weken later zijn we uitgespeeld. Alsof er niets gebeurd is, word ik ongesteld. Game over. 11 prachtige trosjes cellen, ze gingen allemaal een voor een en soms in tweetallen op in mijn baarmoeder. De brusjes in spe (de term brusje is de liefkozende term voor broertje of zusje) die geen brusjes werden. Ik droeg ze allemaal even bij me, we sloten de bijzondere foto’s van de start van nieuw leven in ons hart, ze waren stuk voor stuk onze trots en hoop. Negen keer was ik “pupo”, pregnant-until-proven-otherwise: zwanger-tot-het-tegendeel was bewezen. Negen keer. Maar nooit mochten we die zo gewenste tweede zwangerschap vieren. Want hoe bijzonder de echofoto’s van die blinkende trosjes cellen, net teruggeplaatst in mijn baarmoeder, ze verlieten me nooit als baby. Van een tweede of volgende echofoto kwam het nooit. Alleen, zittend op de wc met een veeg bloed op mijn wc-papiertje valt ons toekomstbeeld in duigen. Ons spel dat allesbehalve een spel is, knippert met schreeuwerige letters: “game over”. Geen “try again” maar de gevreesde aftiteling waar we geen rekening mee durfden te houden. “U wordt niet nog eens vader en niet nog eens moeder. Uw kind nooit een grote zus. Nooit meer zwanger. Nooit meer een baby. Nooit meer eerste keertjes. Alle wiegjes, bedjes, kleertjes die nog zo heerlijk naar uw eerste baby ruiken? Mag u allemaal wegdoen. U gaat ze niet meer gebruiken.”

Met die ene veeg bloed het hokje in waarvan we nooit hadden gedacht dat we er zouden belanden: secundair kinderloos. Een ongewenst eindstation na 5 jaar kinderwens en een punt achter een loodzware reis. Een reis waarvan we – hoe zwaar hij ook was – helemaal niet willen dat er een punt achter komt. En dan moet het allerzwaarste nog komen: het loslaten van dat wat we niet hebben kunnen vastpakken. Het verwerken van een onbeschrijfelijk verdriet en verlies van een wens, een droom, een toekomstbeeld dat zo niet te bevatten groot is en tegelijkertijd onzichtbaar voor de buitenwereld.

Wil je weten hoe wij om gaan met het verwerken van dit verlies? Binnenkort zal ik hier een tweede blog over schrijven.

Liefs,

Leontine

Leontine is 39 jaar en woont samen met haar partner Rik en dochter Lennon (6) in Haarlem. Leontine werkt als digitale marketing docent op de Hogeschool van Amsterdam. Je kunt haar vinden in de natuur tijdens het wandelen of hardlopen. Ze maakt zelf kleding en houdt van lekker eten met vriendinnen. Het beste advies dat ze ooit kreeg: “Het is oke om op enig moment afscheid te nemen van het medisch traject maar je hoeft nooit afscheid te nemen van je kinderwens”. Het slechtste advies dat ze ooit kreeg was van een arts die zei: “Je hoeft je nergens zorgen om te maken, je bent vast zo zwanger”.

Tegen haar jongere zelf wil ze graag zeggen dat ze de moeite waard is met alles wat er op haar pad gaat komen: de leuke EN de minder leuke dingen!

Het eerste wat ze doet als ze opstaat is haar dochter knuffelen als ze hen wakker komt maken en het laatste wat ze doet voordat ze naar bed gaat is haar man knuffelen.
 

1 Reactie
  • Maaike van Wijk
    Geplaatst op 21:06h, 30 december Beantwoorden

    Hoi Leontine, wat heb jeje verhaal prachtig opgeschreven. Wat een zware reis, en enorm herkenbaar. Onze enige dochter is inmiddels 19 en het gemis en het opgeven van je allergrootste wens zal nooit helemaal weggaan maar de roestige randjes slijten wel een beetje, zo heb ik ervaren, wellicht geeft je dat een heel klein beetje steun. Heel veel sterkte gewenst. 🍀

    @maaikevwijk

Geef een reactie